Yogyakarta

 
  In centraal Java bevindt zich de culturele hoofdstad van Indonesië, Yogyakarta. De stad is met z'n 500.000 inwoners een stuk kleiner dan Jakarta. De sfeer in de stad is plezierig; er is veel groen en overal ziet men de overblijfselen van het koloniale verleden van Yogyakarta.
Omdat de stad een beter leefklimaat kent en het levensonderhoud veel goedkoper is vergeleken met Jakarta is Lestari, de oprichtster van de Stichting Aulia, medio jaren '90 naar Yogyakarta vertrokken.
Ze is daar begonnen met het opvangen en opvoeden van straatkinderen die niet langer door hun
ouders verzorgd kunnen worden.

Bijna alle 60 kinderen die momenteel in Yogyakarta door de Stichting Aulia opgevangen worden, zijn afkomstig uit de sloppenwijken van Jakarta.

De Stichting Aulia richt zich met name op de opvang van baby's en peuters. Deze kinderen zijn nog puur en onbedorven. Als kinderen op zeer jonge leeftijd uit een onhoudbare situatie gehaald worden, is de kans groter dat ze een goede toekomst voor zich hebben.

In Yogyakarta is een team van maatschappelijk werkers 7 dagen per week, 24 uur per dag, bezig met de begeleiding en opvoeding van de kinderen. Iedere maatschappelijk werker heeft de verantwoordelijkheid over 3 tot 6 kinderen. Er wordt gezorgd dat de kinderen goed eten, naar school gaan, zich wassen etc. Daarnaast is ook het geven van aandacht en liefde aan deze kinderen een belangrijk punt. Aan alle aspecten van een opvoeding zoals dat in een normaal gezin plaatsvindt wordt gedacht.

De onkosten voor de opvang van deze kinderen worden bijna volledig betaald door de Nederlandse Stichting Lestari. Daarnaast ontvangt de Stichting Aulia incidenteel ook steun van andere instellingen en particulieren. Het financiële beleid van de Stichting Aulia is zeer strikt. Geld wordt alleen aan de basisbehoeften uitgegeven. Deze basisbehoeften bestaan uit:

Naast de opvang van de kinderen wordt er veel waarde gehecht aan het onderhouden van contacten
met de familie in Jakarta. De vaak dramatische achtergronden van alle kinderen zijn bekend bij de Stichting Aulia. Als de kinderen oud genoeg zijn om de situatie te begrijpen, wordt hen duidelijk gemaakt waar ze vandaan komen. De oudere kinderen bezoeken jaarlijks hun familie in Jakarta.
De ouders van de jongere kinderen komen één keer per jaar op bezoek in Yogyakarta. Soms
verbeteren de levensomstandigheden van de ouders en kunnen ze weer zorgdragen voor hun kinderen. De meeste kinderen die opgevangen worden, blijven echter in Yogyakarta.

Het komt ook voor dat de ouders hun kind terughalen omdat een kind een bron van inkomsten kan vormen. Al op zeer jonge leeftijd worden de kinderen de straat op gestuurd om te gaan bedelen of de prostitutie in te gaan. Lestari doet in deze situatie haar uiterste best om de ouders te laten inzien dat de kinderen een veel betere toekomst hebben als ze in Yogyakarta blijven. Door haar bijzondere uitstraling en jarenlange ervaring weet ze vaak de ouders te overtuigen. Helaas bestaat er geen wetgeving ter bescherming van kinderen in Indonesië. Hierdoor behouden de ouders altijd het recht om hun kinderen mee te nemen.

Ondanks de inzet van alle medewerkers van de Stichting komt het helaas voor dat de kinderen terugvallen in de armoede. Een hele trieste constatering maar het weerhoudt de toegewijde medewerkers van de Stichting Aulia er niet van om door te gaan. Gelukkig zijn er ook vele kinderen die door de liefde en inzet van de medewerkers een goede toekomst tegemoet gaan. De lijfspreuk van Lestari is derhalve ook:
'elk kind dat een betere kans krijgt in de maatschappij is er een, ook al lijkt het soms een bodemloze put'.